Muggen in het paradijs

28 juni, 2013

Muggen in het paradijs

Zo gaan nu de dagen. We zijn de grens over, met altijd enge strenge douanes, maar ze lieten ons weer in Amerika. We reizen door Michigan, aan de noordkant van het Lake Superior. Warme, vochtige dagen, we zijn er alledrie ’s avonds moe van. Een beetje werken, een beetje spelen, boodschapjes doen en de volgende ochtend weer verder, zo trekken we langzaam over de kaart. Ik zoek de stadjes waar we blijven uit op hun namen: Rose City, Christmas, Chocolay, Paradise. Maar hoe mooi ze ook klinken, het zijn allemaal armoedige dorpjes, wat morsige huisjes, een halfingestorte hardware-store en een verlaten benzinestation.

Vlakbij Paradise staan we twee nachten in een State Park met aan alle kanten heel erg dicht bos. Jonas en ik spelen Goudhaartje voor de duizendste keer. Wie heeft er op mijn stoeltje gezeten? wie heeft er van mijn papje gegeten? Zo warm is het er, de lucht lubbert over ons heen en de muggen zijn verschrikkelijk. Ze gonzen en zoemen onder de bomen, grote wolken hangen voor de deur van Molly en voor al haar ramen. Er zit gaas voor, gelukkig, maar elke keer als de deur maar heel even open gaat zwermt er een familie door naar binnen. Deur dicht! Deur dicht Jonas!! Arme Jonas, want die deur is echt lastig voor hem. Eerst het trapje op, deur openmaken, trapje weer af zodat de deur naar buiten kan zwaaien, weer op en naar binnen en dan de deur grijpen en dicht doen… En het luikje ook nog.. Molly zit dus vol muggen.
Als we het bos ingaan voor een leuk avontuurlijk wandelingetje weten we niet hoe snel we weer terug moeten rennen. Want daar wonen ze allemaal echt, en ook de Deerflies en de Blackflies die onze enkels bloedend openbijten en dan met z’n allen op het bloed afkomen vliegen… Iiieee! Ik moet denken aan The Birds, met die bomen vol wachtende, dreigende vogels…

Het land wacht op onweer, zo zingt het en zoemt het. De wolken komen lager en lager als we vanochtend verder rijden. Onderweg zien we een heel naar ongeluk, met ambulances en bloedende mannen op brancards. We worden er stil van, zo kwetsbaar is alles, het zou zomaar afgelopen kunnen zijn.. We zijn laat, ik had eerst nog gewerkt en we hadden nog geluncht, en we moeten nog naar een Walmart om honderd nuttige dingen te kopen, ook al worden we daar altijd heel ongelukkig. Maar onze telefoon en ons internet, wat we net zo bloedig geregeld hadden allemaal, valt weer helemaal uit zodra we de grens over rijden. Het is een enorme Superstore met honderd gangpaden en als ik een telefoon sta te kopen komt Tom vertellen dat Jonas weg is. Hij mocht even uit het karretje en zou echt bij papa blijven… Niet dus. Terwijl de telefoonjongen dingen voor me aan het regelen is, zoek ik vast mee. En zoek en zoek en roep en roep… Geen Jonas. Tafelkleden, babyzitjes, dvd’s, ijskasten, kroppen sla, bh’s… Gangpad na gangpad na gangpad. Geen Jonas. Hij is natuurlijk niet de winkel uitgelopen… Hij is natuurlijk niet meegenomen door een… Of een… We hebben al zo vaak tegen elkaar gezegd: hij huppelt zo met een kinderlokker mee, is zo lief en goed van vertrouwen. En zo wil ik het ook zo graag, dat hij open is naar iedereen. Maar nu wou ik wel liever dat hij een bangerdje was die aan mijn rokken hing… Jonas!! Waar IS dat joch? De telefoonjongen gaat voor me omroepen. Krullen, blauwe broek, geel tshirtje met Life Is Good erop. Het leven is helemaal niet goed. Ik krijg een zere nek van het rondkijken en Tom zie ik ook al niet meer. Wat een belachelijk formaat winkel is dit toch ook, niet menselijk meer. Er komen meer en meer Walmartmensen naar de kassa lopen, met formulieren en telefoons… Hoe heet uw zoon? Luistert hij naar zijn naam? Waar heeft u hem het laatst gezien? Ik heb hem niet gezien, hij was bij Tom, waar is Tom? Moet ik hem ook laten omroepen? Verder nog speciale kenmerken? Medicijnen? Is dat hem, die daar tekenfilmpjes staat te kijken?
Ja, dat is hem.
Hij was niet eens bang geweest, had helemaal niet door dat hij zoek was. Ik wil een filmpje kijken, mama!
Aargh!
Als we de Superstore uitlopen hangen de wolken op de grond. Dichter en dichter wordt de mist. We rijden nog een half uurtje door naar een stomme camping met uitzicht op een winkelcentrum. Tom moet even een ommetje maken van alle spanning en gaat maar wat melk halen.
Take your time, liefje, zeg ik. En als hij vijf minuten weg is, barst het onweer los. Bliksem! Donder! Overal om ons heen en zo ontzettend eng dichtbij. De regen stort naar beneden en loopt met grote stralen van Molly af. Bliksemflits na bliksemflits en ik tel de kilometers, zoals ik dat geleerd heb. Eenentwintig, tweeëntwintig… BAM! FLITS! BAM! Oe, zo dichtbij. Drieentwintig, vierentwintig.. het drijft verder af, denk ik, gelukkig.

Jonas is alweer helemaal niet bang. en zit een filmpje te kijken. Ik blijf ook maar heel rustig ademhalen en denk niet aan blikseminslag en mijn doorweekte echtgenoot, die vast ergens staat te schuilen, hoop ik maar en.. KNAL!

Het licht gaat uit, de televisie op zwart.  O ja, ik had natuurlijk alle stekkers eruit moeten trekken. Nu worden we samen wel een beetje bang in de donkere Molly. Het is donderdag, mama, zegt Jonas, die elke dag dat de zon schijnt zondag noemt. Ja liefje, het is harde donderdag…

Gelukkig komt Tom dan druipend binnen, hij had de bliksem vlakbij ons zien inslaan en had de hele weg gerend. Zijn we allemaal veilig? Ja we zijn er nog, allemaal. Gelukkig. Ik maak extra lekker eten en Tom maakt de stoppen die doorgebrand zijn. Dat kan hij. We krijgen allemaal extra zoenen voor we gaan slapen.

De regen druppelt nog de hele nacht. Het is lekker koel en er zijn veel minder muggen.


Foto's dan maar...

24 juni, 2013

Foto’s dan maar…

Het is fijn op weg. We reizen inmiddels door Amerika en hebben van alles te vertellen. Hopelijk komt dat er gauw nog van, maar Jonas doet geen slaapjes meer ’s middags en dat maakt mijn blogtijd elke dag wel erg kort. Hierbij wat foto’s om te laten zien dat het goed gaat…!

Of lekker kleien in Molly!

Open road

14 juni, 2013

Open road

Zo bij tante in de tuin in de regen weet ik het niet meer zo goed, waarom we dit ookal weer deden, wat er zo leuk aan was. Maar sinds woensdag rijden we, eindelijk. Molly achter ons aan, Jonas op de achterbank, muziekje op en de lange onbekende weg die zich voor ons uitstrekt in de zon… En nu weet ik het weer.
Het eerste ritje wilden we kort houden. De hele ochtend is tenslotte al opgegaan aan verzekering die nog geregeld moest worden, de laatste dingen uit de schuur halen en er nog inzetten wat we niet mee willen nemen, aan de laatste gesprekjes met aunt Edith en cousin Lee waar we al twee afscheids-dineetjes mee hadden en zij maken zich al lacherig op voor een derde… Maar ik wil weg, echt weg en dan gaan we ook. Eindelijk. Een klein stukje maar, zeggen we, in Delta is een babysit die Jonas kent, en dan kan hij daar morgen nog heen en mama even werken… Maar we rijden die kant op en het is opeens vakantie. Warm en zacht en avontuurlijk.
Als we deze weg nemen weet ik niet waar ie uitkomt, zegt Tom. Shall we do it?
Sure, zeg ik. En daar gaan we, een kronkelend bospad in dat misschien ergens uitkomt bij een Provincial Park… Waar we weer weggestuurd worden, naar een andere plek en zo zijn we opeens op reis.
Het ritme kennen we nog, een plekje vinden, Molly inrichten, water, electriciteit, barbecue, speeltuin, zwemmen als het kan, anders knus in Molly met een bordje. Een kus als we helemaal ingericht zijn.. welcome to our home for the night, liefje… Zo deden we het en zo doen we het weer. Het past ons zo goed, een plan maken en er weer vanaf wijken, maar zien, go with the flow… No place to go and all day to get there.
Ik voel me heel blij, hier vanavond op ons derde plekje in Cobourg, nog helemaal niet zo ver van ons vertrekpunt. We gaan langzaam op weg om in ieder geval de Niagara Falls te zien, waar ik nog nooit geweest ben. Daarna zien we wel. Colorado, The Yukon, Alaska of zo maar ergens.
Die Grote Beslissingen, die zijn moeilijk. WAAR gaan we wonen, WAT gaan we doen, HOE gaat het eruit zien…. Grote toekomstplannen die over jaren gaan, daar gaan we van wiebelen lijkt het, dan weten we het opeens niet meer.
Maar dit wel, altijd wel. Of niet. Daarheen, links, rechts, O hier is het leuk, hier blijven we. En dan gaan we weer. To where, liefje?
Gek hè, zeggen we. Hier zijn we het meest thuis. We weten ook niet zo goed waarom dat is.


Cabin Fever

11 juni, 2013

Cabin Fever

Het klettert op het dak terwijl ik dit schrijf. De lucht zit potdicht, tante Edith heeft haar huis vol kerk-dames en Tom en Jonas zijn naar de kapper en de wasserette. Ik ben in onze brave Molly. Ze lekt gelukkig niet meer, Tom heeft al haar kieren dichtgesmeerd en we hebben haar schimmels weggepoetst en onze oude spulletjes weer teruggezet, alles een beetje ouder, rafeliger en gebutster dan vorig jaar…
Mijn excuses voor het zo weinige schrijven.
Het lijkt iedere keer niet zo bloggenswaard allemaal. Molly staat nog in de tuin bij tante, we wonen half in haar en half in het huis en elke dag zijn er nog zoveel dingen die even moeten voor we kunnen vertrekken. Wassen, dingen kopen, nog wat mensen zien, nog even griep krijgen… Morgen gaan we misschien waarschijnlijk echt.
Ik wil wel graag weg. Maar alles voelt ook een beetje minder avontuurlijk dan de andere keren. Onze driemaal-is-scheepsrecht-reis. Onze laatste reis. We zijn wiebelig over waar we heen zullen gaan, west of noord, Colorado of the Yukon. En dan, en daarna? Molly toch te koop gaan zetten, en de auto en onze spullen, zoveel spullen in een schimmelige schuur..?
Het regent veel en dat maakt het ook niet fijner. De muggen zijn vreselijk, in grote zwermen dansen ze om Molly heen. Deur dicht, deur dicht Jonas! Alle muren zitten vol kleine bloederige plekjes en onze benen vol bulten. We krijgen alle drie een beetje cabin fever van het binnen zitten, vooral als Jonas toch vliegtuigen wil bouwen van alle kussens en dekbedden middenin het gangpad. En boos is wanneer hij ze weer af moet breken… Buiten spelen is zo lastig.. Dan maar een vliegtuig tekenen, of kleien, dat is toch ook leuk?
Morgen schijnt de zon weer, zegt de krant en dan moeten we ook maar gaan. Eerst op weg naar de Niagara Watervallen, die zijn hier niet ver vandaan maar ik heb ze nog nooit gezien. En dan en daarna en dan?
Zullen we gewoon maar zien?



Eigen benen

1 juni, 2013

Eigen benen

Hè hè, hier is weer internet, dus ik kan gewoon heet van de naald even iets schrijven en hoef het niet eerst op te slaan en eindeloos te overdenken voor ik het publiceer. Tom en Jonas slapen in het kamertje bij Edith boven en ik zit in de tuin met de muggen om me heen naast onze lieve Molly.
Ze is nog kaal en vies van binnen en stinkt een klein beetje naar schimmel maar dat duurt vast niet lang. Onze spullen staan nog overal verspreid en er is nog veel werk te doen, maar dat komt wel. Het is warm en het gaat ontiegelijk onweren zometeen denk ik. Vanavond gaan we nog even eten bij Tom Donnelly en zijn gezin in hun huis met zwembad, schaatsbaan, tennispark en trampoline en dan morgen Molly Opknap Dag.

Ik vind het knap van Jonas hoe hij zich door ons overal mee naar toe laat nemen zonder gedoe en ook steeds beter snapt hoe het zit. Vanochtend hebben we overal afscheid van genomen in The Cottage: dag bed, dankjewel voor het slapen. Dag deur, dag tafel, dag steigertje, dag boot, dag meer.
Gaan we nu naar huis? vraagt hij.
wat is huis, jonas? vraag ik hem. is bij aunt Edie ons huis?
nee, zegt Jonas.
Is Molly ons huis?
Ja, Molly wel. En Nederland, bij opa en oma en school.
Dat duurt nog even lieverd, zeg ik. Maar we gaan nu wel al snel weer in Molly wonen. Vind je dat leuk?
Ja hoor, zegt Jonas. Mama jij bent oma schildpad. En ik…

En nu ligt hij alweer boven met papa. Hallo bed, hallo auntedie, hello ladies van de bridgeclub. En hee, de autootjes die hier nog lagen!

Ja grappig, ik voel me wel opgelucht. Alles weer een beetje bijgelezen op internet. Hallo Nederland! En fijn om op eigen grond te zijn, een auto en een camper (ze lijkt opeens ook wel weer heel klein!) in een tuin bij een schuur… Maar het zijn onze eigen benen!