Gaan!

29 juni, 2012

Gaan!

En daar zitten we, op de eerste avond van onze reis, in Molly, op een campsite in Trois Rivieres in Quebec, met uitzicht op een toiletgebouwtje. O ja, kamperen.

Nee, we zijn blij, we gingen al, gisterenochtend, dan maar zonder ijskast, toen de mannen van Luxury RV belden dat ze een tweedehandse op de kop getikt hadden en ook nog tijd om hem te installeren… Het kost allemaal vreselijk veel geld (een ijskast in een RV moet het ook doen als je rijdt, als er geen elektriciteit is enz. Lastiger dan een gewone. En duurder!) maar er zit geen gat meer in Molly, we hebben koele melk en geen bedorven kip meer… Zingend zijn we vandaag weggereden, met een traantje van Aunt Edith en goeie raad van Cousin Lee en Thomas the Train vol op de speakers. De zon, de wolken, de weg open voor ons, Molly achter ons aan…

Gaan!

Eerste indruk van Quebec: anders. Franser. Belgischer, eigenlijk. Kleiner en kneuteriger dan het Canada dat ik gewend ben. Huizen met luiken. Boulangers langs de weg en patates frites. Overal de Franse lelie. Franse botheid ook, maar dat weet ik nog niet zeker, pas twee mensen ontmoet.

En Jonas plast in een flesje, ook anders dan de vorige keer!

We zijn blij. Hoera voor Molly!



Gaan of niet gaan

24 juni, 2012

Gaan of niet gaan

Cousin Lee is hier al meer dan een week. Eerder dan verwacht kwam haar autootje hier de tuin inrijden, tjokvol met koffers met kleren en tassen en tassen boodschappen, alles wat ze nog in huis had, alles
waarvan ze dacht dat het misschien handig zou zijn voor ons of voor Aunt Edith, een trein voor Jonas en een kat, compleet met kattebak, kattenvoer, kattengrit, etensbakjes, een overdag-mand en een slaap-mand. Het huis is meteen drie keer zo vol, niet alleen door alle spullen maar ook door de wolk van telefoongesprekken, monologen, meningen en plannen die om Lee heen zweeft waar ze ook maar gaat. Vandaag gaan we jam maken! Morgen halen we alle gordijnen eraf en overmorgen gaan we door alle kasten boven en doen de winterkleren in de mottenballenzakken.

Edith geniet van plotselinge volheid van haar dagen. Wij vinden het een beetje druk. Maar we kunnen ons terugtrekken in Molly. En we kunnen nu weg nietwaar, de aflossing is gekomen, we kunnen de wijde wereld in.

En dat willen we ook heel graag! Maar er lijkt telkens maar iets tussen te komen en we staan hier nog steeds naast de hooischuur in de tuin…

Eerst houdt de ijskast er mee op. Dat gebeurde op onze vorige reis om de haverklap en zou allemaal verholpen zijn door de mannen van Luxuary RV, waar Molly de winter heeft doorgebracht. Maar kennelijk is er meer aan de hand. We brengen Molly daar voor een nachtje, maar de volgende dag is het weer mis. Technische mannen komen hier met jeeps en gereedschap en liggen samen met Tom en Jonas is allerlei houdingen in en onder Molly. Nu zou de ijskast het moeten doen. Hij doet het beter.. Niet slecht… Morgen gaan we dan maar, besluiten we.

Het wordt weer warm, nog warmer dan de week ervoor. Voelt als 43 staat in de krant. We pakken Molly in, maar erg langzaam. Na ieder klein taakje, het bed verschonen, de afwas opruimen, druppen we van het zweet. De ijskast is ook niet meer echt koud… Vandaag dan nog maar niet gaan.

Dan valt Jonas in een naald, die ik dom genoeg heb laten slingeren na een splinter-operatie bij Tom. De naald staat overeind in het matras en de arme jongen valt er recht met zijn buikje in. Pijn, mama!

De volgende dag heeft hij koorts. De hitte hangt in Molly en Jonas voelt nog veel warmer. Een beetje ziek gewoon, misschien… Maar ik blijf denken aan die naald. Op aanraden van Lee gaan we ‘smiddags met hem in een koel badje zitten. Jonas vindt het niks en blijft huilen. Pijn mama! Pijn!

Waar heb je dan pijn liefje? Wat lastig toch dat hij nog niet zo praat. Wijs maar aan waar het pijn doet.

Jonas wijst een beetje naar zijn mond, naar zijn voet maar dan ook naar zijn buik en dan wil ik met hem naar de dokter. Een geperforeerde darm, een innerlijke bloeding, ik wil er niet aan denken maar ik wil het wel weten.

Door de trillende warmte rijden we naar het Carleton Place Memorial Hospital. Jonas hangt als een zielig lammetje in zijn autostoeltje.

In het ziekenhuis is het al niet veel koeler. Jonas krijgt meteen iets voor de koorts en dan moeten we inschrijven en vooral: betalen. Omdat Jonas Niet Officieel Canadees is kost het ons 500 dollar om een dokter te zien. Als we dat niet willen of kunnen betalen moeten we maar naar de inloopkliniek in de Wallmart. Ja, die bestaat echt.
Ik wil niet naar de Wallmart, ik wil nu een dokter zien! En in de hoop dat we het van de verzekering terug krijgen betalen we.

In de wachtkamer knapt Jonas behoorlijk op van het medicijn. Hij moet plassen en wil al gauw weer overal opklimmen en afglijden.
Act sick, Jonas, zeggen wij. We hebben niet voor niets zoveel geld betaald!

Als de dokter komt (Chinees en net van de middelbare school, zegt Tom) lijkt Jonas weer zijn gewone giebelige zelf. De koorts is gezakt en de dokter ziet niet veel bijzonders aan het plekje op zijn buik. Wel in de agetn houden, maar het lijkt een gewoon griepje. Gelukkig maar. Gelukkig maar!

Thuis krijgt Jonas een koekje van Edith en nog een trein van Lee. Omdat je morgen op reis gaat! Ja, nu kunnen we morgen weg.
Alleen doet de volgende dag het water het niet meer… De ijskast wel, gelukkig. Er komt weer iemand van Luxuary RV om de kapotte leiding te repareren. Zodra die weg is houdt de ijskast er helemaal mee op.

Jonas z’n ruggetje zit opeens onder de rooie vlekjes. Wat nou weer? Mazelen?

Het is vrijdagmiddag. We moeten wachten tot maandag op de volgende reparatie. Jonas lijkt niet ziek. Misschien zijn het insecten beten.
Daar staan we nu, onder de bomen, naast de hooischuur. Het is koeler en de wind brengt allerlei geuren van ver weg. Daar willen wij ook graag naar toe, ver weg!

Wil je niet meer, Molly? Ben je het zat, voel je je te oud? We hopen maar van niet, dat het tijdelijk is en toevallig. Geen innerlijke bloedingen ofzo. Een beetje van het goede medicijn en hup je staat weer te springen op je banden Molly? ja, toe, please?


Crime

15 juni, 2012

Crime

Babysitters voor Jonas zijn schaars onderweg. Op onze vorige reis hebben we er een paar gevonden, een meisje van de camping in Lolo, een lieve dame bij de VVV in Campbell River en zelfs ooit een natgeregende vrouw die stond te liften in Almonte. Het is altijd goed gegaan, al blijft het nogal een daad van vertrouwen, je kind bij een vreemde achterlaten. Brr. Het ergst was eigenlijk een professionele mevrouw die ons was aangeraden door de verkoopster in een kinderklerenwinkel.
O, die is zo goed, iedereen uit het hele dorp brengt z’n kinderen bij haar. Dat leek ook echt zo, het was er een drukte van jewelste en het allerdrukst was nog de dame zelf, die maar niet ophield met praten, praten en ons niet aankijken en geen contact maken.. We zaten toen erg omhoog en hebben Jonas er toch twee keer een middag heengebracht. Hij kwam er een beetje dizzy vandaan… Heeft er niks aan overgehouden gelukkig (Of wel? Of wel?)

Nu hebben we Kristin, die Tom en Jonas hebben gevonden in de Vietnamese Take Away. Ze was meteen helemaal dol op Jonas en wilde de twee middagen per week dat ze nog niet vol zat met studeren, werken of dieren beschermen wel op komen passen. Gewoon hier in Molly. Ze is lief en energiek en Jonas en zij rennen de hele middag achter elkaar aan. En dan kunnen Tom en ik even weg. Iets nuttigs doen of zelfs iets leuks.

Deze maandag is de warmste dag van het jaar. 34 graden is het officieel, maar het voelt als 38 en de thermometer in de auto in de zon zegt 42. Te warm voor alles. We laten Jonas bij Kristin die zelfs met deze warmte vrolijk en beweeglijk is en rijden naar de grote bioscoop in Kanata. Met tien zalen, enorme emmers popcorn en airconditioning!

Het is fijn om even geen papa en mama te zijn, maar gewoon Tom en Annet. We zitten met benen in elkaar gestrengeld en popcorn tussen ons in in de koele bijna lege zaal. De piraten animatiefilm is leuk… En ook nogal kort. We komen er uit en het is pas half vijf. Nog een film? Kan makkelijk. En voor iets anders is het veel te heet. Ik wil al naar de kassa lopen.

Ben je gek, zegt Tom. We already paid 25 Dollar. Dan mogen we hier toch zeker wel de hele middag voor zitten. En hij trekt me mee naar een andere zaal waar een film net begonnen is.

Nee, liefje, dat kan toch niet, dat hoeft toch niet… Ik stamel want ik vind dat soort dingen eng. Als iets niet mag en ik doe het toch… Ik ben altijd heel braaf en een beetje bangig. Maar ik laat me meetrekken en ga een beetje giebelig naast hem in de zaal zitten. Ook hier is bijna niemand. En het scherm is enorm… Maar als de film begint is ze in 3D. Gigantische dubbele ruimteschepen vliegen door een dubbel heelal… Dat kijkt rot en ik word er misselijk van.
We need glasses, zegt Tom en hij trekt me weer mee naar buiten.

Dan gaan we nu gewoon wel betalen, denk ik. Maar Tom stapt op de portier af die helemaal alleen in een verlaten foyer zit.

We forgot to get our glasses, mate, zegt Tom.

De man kijkt ons argwanend aan. Maar hij pakt twee brillen.
Voor Zaal 1?

Ja, knikken wij.

I’ll need to see your tickets.

Tom geeft hem de kaartjes van de vorige film.
Dat is niet zaal 1, zegt de portier. Die zijn voor zaal 7.

O, okay, mate. Tom kan heel goed doen alsof zijn neus bloedt… En ik weet niet waar ik kijken moet.

You’ll need different glasses. De portier haalt twee andere brillen tevoorschijn. Enjoy your movie. It’s that way.
Hij wijst naar de gang met de kleinere zalen. En blijft naar ons kijken terwijl we weglopen.

Met een bocht lopen we door de gang weer naar de hal waar Zaal 1 is. De portier ziet ons drentelen voor de deur.
Hij kijkt, hij kijkt! Zeg ik. We zijn verdacht. Nou komen we er nooit meer in. Ik voel dat ik nu toch ook wel graag die film wil zien. De slechte invloed heeft me te pakken. Ik ben opgewonden en giechelig, een meisje voel ik me, van een jaar of 15, 16. Maar op die leeftijd deed ik zelden iets wat niet mocht.

Nee, nee Tom, don’t do it! He’ll catch us!

We are just getting some popcorn, zegt Tom. We are just walking here and… Ja! Nu! Rennen!

We rennen de donkere zaal in en ploffen op een van de eerste rijen. In de film klimmen bemannings leden uit witte stasis-cabines waarin ze hebben liggen slapen. We zetten onze brillen op. Maar ze maken de beelden niet scherp. Barst, we hebben de verkeerde brillen gekregen! Slim van die portier…
Ik ontdek dat als je de bril omgekeerd opzet hij het wel doet. Je moet er dan alleen wel de poten van afbreken… Vernieling van andermans eigendom, illegaal een zaal binnendringen… Ik voel me meegesleurd in een kolk van misdaad.

Maar de film wordt leuk en we beginnen er net in te komen als een donkere schaduw van een hele grote man voor ons opduikt.
You need to follow me outside, zegt hij.

Oh oh. Busted, zegt Tom tegen de portier die met de bewaker is meegekomen.

Sorry man, zegt hij. You didn’t do a very good job.

We moeten de brillen teruggeven en we krijgen boze blikken omdat ze kapot zijn. Ik betaal ze wel! Zeg ik.

It’s too late for that. You have to leave the building.

Ik voel me heel erg 47 als de twee mannen ons nakijken terwijl we de deur uitlopen, de hete parkeerplaats weer op. Een volwassen vrouw! Een moeder! Schande! Maar ik blijf ook maar giechelig. En lekker slecht.

Laten we grote frappaccino’s gaan drinken bij Starbucks! Kan ons het schelen!

Hihi, lacht Tom. I got Liefje busted!


Kikkers kietelen

11 juni, 2012

Kikkers kietelen

De Mississippi is niet DE Mississippi. De echte stroomt in het Zuiden van de VS, maar de rivier die hier voor de deur stroomt heet ook wel degelijk zo. Misschien is het wel een oud-indiaans woord dat ‘Rivier Met Veel Bochten’ betekent, maar dat verzin ik helemaal zelf. Veel bochten heeft ‘ie, de Mississippi. En modder, kikkers, bloedzuigers, muggen. Tom duikt er in, met bril, snorkel, flippers en al. Hij zoekt de bodem af naar oude schatten en vindt ze ook vaak, stukken oud hout, door het water uitgesleten in bijzondere vormen, honderd jaar oude flesjes, blauw of groen geaderd, waar ooit inkt in zat of wonderolie of gin. Dan wachten Jonas en ik aan de oever af tot papa weer boven water komt.

Waar de rivier door het dorpje stroomt is er een goeie wacht-plek, met schommels en een glijbaan en ongevaarlijke oever. Het is warm en we zijn gauw uitgegleden vandaag. Veel te stroef aan die blote beentjes. Bovendien spelen er wat grote jongens die steentjes gooien en lawaai maken. Jonas pakt mijn hand en trekt me mee naar waar het water begint. We gooien wat stokken in de Mississippi en kijken naar de kringen die dat maakt. In de modder zitten modderkleurige kikkers. Je moet goed kijken om ze te zien. Doodstil zitten ze, hun kopjes net boven het water uit.
Kikkers, Jonas, zeg ik. Kikkers in de modder. Wat zeggen kikkers ook al weer, weet je dat nog?
Jonas kijkt geïnteresseerd naar de kopjes in de modder. Maar hij zegt niets.

Ribbit, ribbit, zeg ik. Of kwaak, Nederlandse kikkers zeggen kwaak. Weet je nog wel?

Ik ben een beetje ontevreden met mijn zoon, vandaag. Soms komt dat ineens op. Meestal zit ik vooral met stralend blije ogen te kijken naar alles wat hij doet en hoe hij is, maar soms opeens gaat mijn hoofd aan de haal. Dan ga ik hem vergelijken, met hoe ik zelf was, met andere kinderen die ik ken of kende en hoe die dan zijn. Dan lijkt Jonas opeens zo’n raar onbekend jongetje. Dat niet praat, nog steeds bijna niet. Dat niks geeft om popjes of knuffel-beesten. weinig om boekjes. Niks om conversatie. We kunnen hem van alles vragen of betrekken in gesprekken, maar Jonas volgt alleen de eigen spoortjes in zijn hoofd. Die gaan meestal over treinen en ballen. En op het moment heel veel over raketten. Raketten, raketten, raketten. Hij kleit ze, tekent ze, en dan vooral het vuur eronder en de rook die dat geeft. Hij laat ze opstijgen en maakt het geluid erbij. Broewaah! Vuur! Nog raket, mama.

Al weken gaat het zo. Zullen we niet eens een paard kleien, Jonas? Of een huis of een kikker?

Nee, nee, nee. Nog raket, mama.

Nog EEN raket moet je zeggen, Jonas.

Nog raket, mama.

Superego is het gewoon. Een stem in mijn hoofd die zegt: hij zou eigenlijk en hij moet allang. Wij zijn verkeerde ouders voor hem. Al dat gereis, hij mist allerlei ontwikkeling.
En ijdelheid, ook. Een zoon van MIJ moet taalgevoelig zijn, literair, hoogbegaafd, toch wel eigenlijk. In ieder geval moet hij zo langzamerhand wel weten wat een kikker zegt!

Ik kijk naar mijn zoon, op zijn stevige beentjes in de modder. Hij heeft een dun takje waar hij de kikkers mee kriebelt. Net zolang tot ze verontwaardigd opspringen. Dan slaakt Jonas een gilletje en duikt achter mijn benen weg, maar het is te leuk om het niet nog eens te doen. En nog een keer en nog een keer.

Het is eigenlijk heel fijn zo met ons tweeën in de zon. Zwijgend en spelend. Waarom zou daar iets anders aan moeten?

Van een afstandje hoor ik de Canadese jongetjes tegen elkaar opbieden.

Nike is de duurste!

Nee hoor, Reebok is the most expensive trainer. En ik heb wel drie paar thuis!

Ik vier!

Ach dat praten is ook overschat, lieve Jonas. En het komt allemaal wel, vast wel. Jonas kietelt weer een kikker die hoog opspringt. Hij maakt een geluid, maar het is geen kwaak. Ribbit kan ik er ook niet in horen. Het klinkt eigenlijk nog het meest als een losspringend elastiekje.

Kikker raket, mama!


Ziek

3 juni, 2012

Ziek

De avonturen blijven maar niet zo heel leuk. Nu ben ik weer ziek. Aunt Edith is het ook, ik heb het van haar, denk ik.

Tom en een paar vrienden hebben haar woensdag verhuisd, en het huis is weer van haar. Het staat weer twee keer zo vol met tafeltjes, lampjes en frutseltjes. Ik was er net wel aan gewend, aan dat lege. Nu mogen we met onmiddellijke ingang niet meer voetballen in de gang. Ik heb een beetje geholpen, wat kasten ingericht met handdoeken, washandjes, gasten-doekjes, allemaal op wel vijf verschillende formaten. Allemaal op verkeerde stapeltjes denk ik, ik ben daar niet zo goed in. De kleren en de nacht ponnen in de kast. Vreemd intiem opeens, met iemand met wie ik ook maar steeds wat op afstand blijf.

En toen moest ik echt weer even gaan liggen want het is een nare griep. Ik kan bijna niet meer praten. Dus van communicatie met tante is echt geen sprake meer. We knikken elkaar wat meewarig toe, allebei met een doek om onze keel. I know how you feel…
Ik word er natuurlijk meteen een waardeloze moeder van. Niet stoeien, niet rennen, niet keten. Een beetje fluisteren en liggen, dat is het wel. Arme Jonas.

Ik lig een beetje in Molly ziek te zijn, want dan ben ik wat uit de weg. Met de halve huisraad hier en de andere helft in het huis. Zodat er altijd wel iemand halverwege hier en daar weer terug moet om schoenen of appelsap. En het regent… Arme mama.

En arme Tom die niet ziek is en voor iedereen moet zorgen. Dat ook doet met liefheid en aandacht, maar ik zie de wens in zijn ogen dat iemand hem weer koffie op bed komt brengen…

Soon, liefje, soon.


Tranen

23 mei, 2012

Tranen

Jonas huilde vanochtend. En huilde en huilde en huilde.

Er zijn dagen die heel erg om hem draaien, of in ieder geval voor een gedeelte, waarin hij veel mag doen van wat hij wil. Schommelen, kleien met mama (zij kleit de raket en hij kleit het vuur), koffie halen met papa, liedjes zingen, Thomas the train kijken (we zijn weer van Dribbel af), heel lang billen-pak-tikkertje doen.

Gisteren was het niet zo’n dag. Mama had slecht geslapen, papa moest ook voor Aunt Edith zorgen, het was warm en naar weer en we kregen gasten voor het diner. En geen gasten die ook leuk met hem speelden. Praat-gasten.

Dan is het de hele dag: Jonas ga nou weg. Kom nou hier. Niet zo zeuren. Netjes zitten. Eten. Geen klei op de grond gooien. Nee, ga weg. Nee, niet nu.

Vanochtend had mama wel weer energie en was er wel tijd en aandacht, maar Jonas wou niet. Huilen aan het ontbijt. Huilen bij de koffie. Wil je niet lekker cereal, Jonas. Wil je niet leuk met papa mee met de auto?

Nee, nee, nee. Huilen en dreinen.

Ben jij nou een grote jongen? Vroeg tante, want zo’n tante is het soms. Big boys don’t cry.

Alsof dat Jonas kan schelen.

Wil je op schoot, lieverd, als mama werkt? Schommelen? Thomas kijken?
Neehee.

You go work, liefje. Zegt Tom. Jonas, stop it. Now.
I’ll go outside with him, for a bit, zeg ik. Het werk moet maar even wachten.

Buiten op de veranda is de zon al warm. Het licht glinstert op de rivier. Het is echt geen verkeerde plek hier. Jonas zit op mijn schoot en huilt en huilt.

Wat is er, lieverdje, zeg ik. Moet je zo huilen?

Jonas huilen, zegt Jonas .

Waarom dan? Vind je het niet fijn hier?

Hij huilt ietsje harder.

Mis je Nederland? Wil je naar huis?

Huis?

Wil je dat? Naar ons huis, naar opa en Mirjam? Naar Marjan die altijd met je kwam spelen? Dat was leuk hè. En je ging er naar school, weet je nog? Naar het Fantaziehuis… Met alle juffies en de kindjes.. En dat is hier allemaal niet. Dat is jammer hè. En je boerderij. En de grote doos met de trein.

Trein, zegt Jonas. Hij snikt nog een beetje na.

Maar hier is weer Aunt Edie. En de bomen en de rivier. Dat is weer leuk van hier. En Molly en de auto.

Dwight, de wat simpele man die om de dag het graskomt maaien rijdt ronkend langs op de maaier.
En Dwaait die maait, zeg ik. En de schommel in de boom…

Schommel, mama, please schommel?Please?

Ja natuurlijk, zeg ik. Ren maar naar de schommel.
En dan schommelen we heel erg lang en ik zing alle liedjes, over het matroosje, over het vliegtuig en de helicopter. En heel erg vaak het lied van Thomas (red and green and brown and blue, they’re a really useful crew!) en Aunt Edith komt nog even zeggen dat ze toch wel hoorde dat hij echt verdriet had. En een kus geven. Want zo’n tante is ze soms ook.

En hij mag mama’s billen pakken tot ze echt echt echt aan het werk moet, maar dan lijken de tranen ook wel weer weg.


Besluit

21 mei, 2012

Besluit

Ik had dit allemaal al gisteren willen schrijven en de aflevering dan ‘Dilemma’ willen noemen. Maar een dilemma is het niet meer.

Molly staat in de tuin. Ze is uit haar winterverblijf gehaald, heeft een nieuwe ijskast gekregen en is helemaal doorgecheckt en schoongemaakt: klaar om ingericht te worden en weer bewoond, klaar om te vertrekken!

Het weerzien was erg fijn, deed me nog meer dan ik had gedacht. Aan ieder plekje, deurtje, kastje, boeken plankje zitten zoveel herinneringen aan onze vorige keer op reis. De Nijntje-sticker op het raam, die al uitgekeken heeft over de Rockey Mountains, de Pacific, de Grand Canyon en alles. De voeten van de afgebroken beschermengel, de plastic glazen uit Las Vegas, het dekentje uit de cowboy-winkel ergens in Montana., de sneeuwbol-met-kerstliedjes die Jonas to gek wordend toe bleef afspelen, met 30 graden buiten, de opgedoken wrakhout-schilderijen… Alles, alles, overal. Het maakt me warm en blij en ik kan niet wachten om weer op reis te gaan!

Maar..

We zij hier in mei gekomen om Aunt Edith te helpen met de overgang van het verzorgingstehuis weer naar de boerderij. Dat zijn we ook aan het doen. We hebben proef-logeer-nachtjes, vannacht al voor de derde keer. Tom haalt haar vaak op voor lunch op de veranda, maar nu rijdt ze zelf ook weer en schuifelt hier, heel langzaam, maar vastberaden, weer rond door haar eigen huis. Ze knipt haar eigen rozen, maakt haar eigen boterham klaar. Dat gaat, dat gaat best. En ze wil het erg graag.
I want you back here, at the farm, within two weeks, zegt Tom. En ik zie hoe blij ze is.

En dan zou in juni Cousin Lee (uit Carolina trouwens, niet uit Tennessee, ik rijm soms wat niet klopt) het hier komen overnemen, en wij zouden gaan. Maar dat soort afspraken, gemaakt over twee continenten, in twee talen, met familie trekjes en ouder wordende dames(mezels inclui) kun je blijkbaar niet zo duidelijk maken… Lee komt pas eind juni,schrijft ze. EIND JUNI?!

Nee liefje, echt niet. Dat duurt me te lang. Ik zeg het eigenlijk al zo lang we hier zijn en ik data hoor langskomen. Zijn jullie hier nog in juni? Dan kunnen we dit of dat, is er een feest, een bruiloft, we kunnen… Neehee, zeg ik steeds. We gaan naar de Oostkust, dan zijn we al weg, al lang…
Weg, de wereld in, het avontuur in, dat is niet hier, op de farm bij de oude mensen… Dat is DAAR.

It’s like this, zegt Tom gisteren in de auto. Als wij blijven tot Lee ons komt aflossen, komt Edith naar huis. Anders blijft de nog een maand in Waterfront. Ze durft het alleen aan met iemand in huis. Of wij bijvoorbeeld in Molly in de tuin. Maar wel in de buurt.

Ja nou, jammer dan, zeg ik. Ik wil niet blijven tot eind juni. Eind juni, Tom, dat is nog 4,5 weken. Dat worden er dan 6, zo gaat het altijd. Dan komen we hier nooit meer weg. Dat wil ik echt niet.

I know you don’t.

De vorige keer kwamen we hier ook maar niet vandaan. Toen was er telkens dit, dat, was Molly steeds nog maar niet klaar. En maar hier hangen met Jonas die vaasjes omschopte.. En tante en ik elkaar de keuken uitkijken.. Ze is wel lief en ik ook wel, maar het is HAAR huis. Niet ons huis, niet mijn.

Maar nu zouden we in Molly kunnen wonen, dan hebben we wel ons eigen huis. Dat is anders.

Jawel. Maar. Ik wil het niet, ik vind het te lang.

OK, it’s up to you, liefje. You are my wife. Dan doen we het niet.

Maar hoe zie jij het dan, wil jij het dan wel?

I have the feeling, zegt Tom, dat het wel eens de laatste keer zou kunnen zijn hier op de farm. Kijk hoe oud ze is. Ze lijkt kleiner dan vorig jaar, jij zei het ook al. Ik zou het haar erg gunnen om hier weer te wonen.

She will, zeg ik. Alleen dan ietsje later.

Ja, zegt Tom. But we don’t know how it will go. Misschien kunnen we toch eerder weg, kan iemand het van ons over nemen, als Frank beter wordt, wie weet. Go with the flow, I am alle for that, you know. Maar jij mag het zeggen.

Ik voel me een beetje bevriezen en stil worden. Ik mag het zeggen. Ik wil meteen gaan bloggen over het dilemma van blijven of weggaan. Dan mogen jullie allemaal iets wijs zeggen, wat me zou helpen om een besluit te nemen. Maar het lukt me niet daar en dan en de boodschappen moeten worden uitgepakt, de sla gemaakt, Jonas in bad. En eigenlijk weet ik het al wel.

Want hoe kan ik nee zeggen?
Tegen Tom die zo vaak achter mij is aangelopen, in mijn land heeft gewoond, met vreugde maar ook met tegenzin. Die ooit nee zegt als ik iets vraag. Aunt Edith en ik.. Dat gaat nooit zo soepel. Ze verstaat mij meestal niet en ik begrijp vaak niet waar zij het over heeft. Maar ik zie dat ze van Jonas houdt. En ik zag haar ogen helemaal oplichten toen ze Tom voor het eerst weer zag, in de eetzaal van Waterfront..

Vijf weken van mijn leven, van mijn reis. Maar het is niet mijn leven, mijn reis.

Meteen wordt het ook een beetje een boek en ik een altruïstische heldin. Hoe zij zonder klagen en zuchten, met een vrolijke lach voor iedereen de weken doorkwam, zonneschijn om zich heen verspreidend… En niemand zag haar stil verlangen, geen woord kwam over haar lippen… Maar dat haal ik nooit, dat weet ik ook wel.

Tom is blij, als ik het vanochtend vertel. Ik heb slecht geslapen, niet dat ik nou zo lagna te denken, maar misschien van de energie.. Ik weet het niet. Ik ben blij als ik zijn blijdschap zie. En ik voel me ook meteen al weer chagrijnig en warm en.moe.

I won’t promise I’ll never complain,zeg ik.

Hij lacht lief. That’s from The Profet, zegt hij. If you give with bitterness, let the bitterness be your baptism.

En dat is dan wel weer heel mooi spiritueel.



Zo'n dag

Zo’n dag

‘Can I join you?’ Vraag ik zachtjes.

Tom en Jonas liggen in elkaar gekruld op het bed, het laatste stukje van hun middagslaapje te hebben. Dat betekent dat het mijn tijd is om vrij te zijn, iedere dag tussen 1 en 3. Nog even twee uurtjes hard te tekenen of lekker pauze te houden op de veranda met een boek.

Maar vandaag lukt niks, niks, niks.

Ik kruip achter Tom, zweterig in zijn Tshirt en verstop mijn hoofd.

‘How is your work going?’

‘Niks niks niks is going…’ zeg ik. Ik kan het niet meer. De een na laatste serie pagina’s zijn klaar en ik moet me opmaken voor de allerlaatste. Maar ik zit en staar en zit en staar en niks beweegt. Ik word er doodmoe van.

‘Why don’t you do your blog then?’

Kan ik ook niet. Kan niet schrijven, ben al drie keer begonnen en het lijkt wel wat in mijn hoofd maar al typende verzandt het in bla bla en oninteressant. Ik kan niet schrijven en niet meer tekenen en ik las net een boek van iemand die veel beter schrijft en beter tekent dan ik en gisteren stond de hele boekwinkel vol met allemaal irritant briljante boeken. Waarom dacht ik  eigenlijk dat het niet zo was, nu zie ik het, ik kan maar beter ophouden.

Tom snurkt. Ik aai zo’n beetje langs zijn harige arm en voel Jonas’ zachte armpje daar achter. Mijn lieve mannen. Maar daar voel ik ook al niks bij, vandaag. Rusteloos. Geirriteerd. En zij helpen me ook al niet!

‘Do you want to  go for a canoe ride?’ Vraagt Tom, z’n ogen gaan weer langzaam open.

Neehee. Niks wil ik, ook geen gezonde activiteit. Alleen, misschien…

‘Laten we heel veel M&M’s gaan kopen en ze allemaal achter elkaar op gaan eten, please?’ Fluister ik. Jonas slaapt gelukkig nog, anders zaten we daar aan vast.

‘You don’t want that. It’s part of it liefje, you know it is.’

Ja, dat weet ik ook wel. Zo’n dag moet dan even om en daarna misschien nog wel zo eentje en dan kom ik langzaam wel weer op gang.

‘Why don’t you blog about this?’

Natuurlijk niet. Wie wil dat nou lezen? Dat vervelende vermoeiende gelazer? Wat een stom plan. Stomme mannen. Slaapkoppen. Veel te warm in dat bed. Zweetlakens. Ze sukkelen weer in slaap. Ik ben veel te wakker. Rusteloos, boos. Okee dan!

Ik spring uit bed. Ik schrijf dit op. Daar dan!

Zo’n dag.