Plat

9 augustus, 2010

Plat

Dagen lang bestond het landschap waar we doorheen reden uit rotsen, naaldbomen, moerassen en meren. We volgen de Cross-Canada Highway, dwars door woest en leeg Ontario. Maar vlak over de grens met Manitoba is opeens alles plat. Hier beginnen de prairies en het land is droog en leeg en wijd. Velden en velden en velden vol graan en enorme rode en gele graansilo’s steken er uit omhoog.

We maken een paar lange dagen in de auto. Het is nog een heel eind naar Californie en dit is niet het meest bezienswaardige deel van de reis. Het rijden lijkt soms meer op varen, door de golvende velden zin we op weg naar de horizon. Er is steeds minder om ons heen, zo nu en dan een dorpje, zo heel nu en dan een stad. Langzaam trekken we over de kaart.

Tom is de kapitein, ik ben de stuurman, want ik heb de kaart en de TomTom. Ik leer de kaarten goed kennen, goochel ermee met m’n ene hand, babysit met de andere. De TomTom heeft niet veel gezag meer, nu hij ons al vier keer de verkeerde kant op heeft gestuurd en de meeste plekken die wij willen zien niet weet te vinden. Maar hele lange stukken van de weg is het alleen maar rechtdoor en hoef ik niets aan te wijzen. Alleen in slaap vallen mag de stuurvrouw niet, want met Molly achter ons aan keren we niet zo gemakkelijk even weer om. Het moet soms toch: ‘Links hier, nee rechts, ik bedoelde links, ik bedoelde links!!’ Maar dan zijn we al rechts gegaan en met buikpijn stuur ik ons over stoffige zandweggetjes waar ik denk dat we op rijden, terug naar de Nr 2 West.

Zo komen we terecht op een klein kerkhofje midden in een zee van velden, met helemaal niks en helemaal niemand in de buurt. De meeste graven zijn zo’n honderd jaar oud. Er liggen erg veel kleine kinderen hier, ze hebben allemaal een grafsteentje met een schaapje er op. Jonas aait de stenen lanmmetjes. Het is warm en we zijn slaperig. We zoeken een schaduwplekje om even uit te rusten. Op het grafje van Floyd Clyde Walker, die in 1922 op tweejarige leeftijd stierf. liggen we met ons drieën op een dekentje. Jonas wriemelt wat en spartelt wat maar valt toch tussen ons in in slaap. Krekels sjirpen, het land knispert en zindert in de zon. De lucht is blauw en wijd.

Niemand weet dat ik hier ben, denk ik, en dat is zo fijn.  Ik kijk naar Jonas de zachtjes ademt. Hij is bijna net zo oud als Floyd ooit werd, arme Floyd. Aan de andere kant: als hij wel was blijven leven was hij nu ook allang dood. Dus het is niet echt droevig. En we liggen hier zo lekker in de schaduw… God bless Floyd.

‘s Avonds kunnen we geen kampeerplek vinden, tot we wat obscure bordjes volgen en in het plaatsje Morse pal langs de treinrails een verlaten RV-park vinden. We kunnen er staan als we geld in het envelopje doen. We zijn de enige gasten en er is helemaal niks, behalve een paar roestige douchehokjes en een uit elkaar vallende speeltuin. Naast ons rijzen twee enorme graanliften op tegen de hemel. Ik wil ze silo’s noemen, maar het zijn graanliften, zegt Tom. Ik vind ze zo mooi als kathedralen. Om het uur dendert er een lange goederentrein voorbij. Tegen de avond gaat de warme dag over in onweer en kleurt de hemel dramatisch zwart, blauw, roze en goud. Ik vind het onze allermooiste nachtplek tot nu toe.

En ‘s morgens rijden we weer door, weer ergens anders heen, zorgen we weer voor benzine, voor boodschappen, proberen we ergens internet te vinden of een telefoon. Zo trekken we langzaam door dit land, prairieland, graanland, cowboyland.


Broken dishes

Broken dishes

We made good time as we entered into the prairies with open sailing ahead. In the operation of a fifth wheel one must be as conscious of movement as if one were at sea.

As our galley is in the stern of Molly, it precieves the brunt of heavy weather.

When we came through Winnipeg we ran in to an ocean of construction. Consequently Molly’s tail trashed about in the turbulence. Most of our dishes broke, and cups, bowls and glasses.. I did have a special box for my oillamps, so they survived safely. So no tears were shed, at least by me.

Found a nice , open campground with free wood in Redvers, Saskatchewan. Grilled salmon for diner, with Annet’s salad. Tonight it’s beef tenderloin, fresh sweet corn and all the fresh produces we can find by the road side. Sometimes it’s appropriate to gloat.

Heading due west, under sunny skies, taking the 13 and the 39 to Moose Jaw.

T


Lekke band

4 augustus, 2010

Lekke band

Het is niet de beste plek om een lekke band te krijgen, gesteld daar daarvoor überhaupt een goeie plek zou bestaan. Het gebeurt bij half oud benzine station en half trading-post, waar de indianen en de blanken ooit hun geweren, huiden en vuurwater ruilden, maar waar nu alleen nog wat oude dromenvangers te koop zijn, indianen-sambaballen, cola en chocola vele, vele felgekleurde T-shirts en onderbroeken met malle teksten. Er is een klein restaurantje naast waar alles kleeft en waar al het eten met patat komt. Buiten staat een Inukchuk, een grote man van gestapelde stenen.

De band is niet zozeer lek als wel er HELEMAAL AF. En we hadden er niets van gemerkt: als Tom staat te tanken wijst iemand naar een van de wielen van Molly: ‘Did you see that?’

Nee dat zagen we niet! De band is aan flarden, we rijden al een tijdje op een velg. Waar is het gebeurd? Hoe? We hebben het niet gevoeld.

Twintig kilometer terug hebben we net in de file gestaan, achter een ongeluk. Een motor is op een auto gebotst. De gewonden worden opgehaald met een helicopter. Ik heb buikpijn van het besef hoe makkelijk zoiets kan gebeuren, hoe kwetsbaar we zijn. Ik zeg een gebedje voor de gewonden, maar denk toch vooral aan mijn eigen mannen, aan mezelf. Zo is het wel…

En daar staan we. We waren op weg van Kakabeke Falls naar Caliper Lake Provincial Park. Maar voorlopig gaan we helemaal nergens heen. Het is maandag, maar een feestdag hier, een extra lang weekeind in de zomer en dan is er niks open. En alles is ver weg. Tom belt, de verzekering, de wegenwacht… Ze willen wel komen, maar het zal duren.

Ik speel met Jonas. Hij wil alle T-shirts pakken en met alle sambaballen ballen. Dat mag niet. Achter de kassa staat Linda. Misschien is zij wel van oud indiaans bloed, maar dat is niet meer te zien. Haar gezicht is bleek en opgezwollen en ze is om alles boos. Op Tom omdat we vijf keer teruggebeld worden en ze hem vijf keer moet gaan halen. Op Jonas, omdat hij overal aankomt en alles op de grond gooit  en op mij zomaar, omdat ik er ben. Waarom gaan we niet weg? Maar we kunnen niet weg, we moeten hier wachten. Nog maar een fles water, nog maar een lolly, nog maar een broodje. Buiten blikkert de zon op de stenen en rijden er zoveel auto’s dat het te gevaarlijk is voor Jonas. Binnen in Molly is het bloedje warm.

Toch gaan we daar maar zitten, als alle telefoontjes gedaan zijn, zitten en wachten. Het kan vandaag, het kan ook morgen zijn dat ze komen. Het beste zou zijn om er even te ontspannen, een filmpje te draaien, een boek te lezen of een dutje te gaan doen. Maar dat gaat niet.. We zijn allemaal veel te hyper.

We maken Molly schoon, van boven tot onder. Kloppen alle kleedjes, krabben alle restjes verf van de vloer, richten de kastjes opnieuw in. Jonas helpt mee en spet overal water op. We werken en we zweten en als we klaar zijn komt de wegenwacht, die Ryan heet. Hij haalt de oude band er af. ‘Het komt nergens door hoor,’ zegt hij. ‘Gewoon een fabrieksfout, alle banden zijn net nieuw. Wat doe je eraan?’

Het loopt tegen achten als Ryan klaar is, we gaan nergens meer heen vandaag. Vier kilometer terug is de ingang van Quetico Park, een enorm complex van duizenden meren, moerassen en muggen. Tom wou daar eigenlijk al heen, maar ik wilde liever verder door rijden riching Kenora. Het wordt zo langzamerhand eens tijd dat we Ontario achter ons laten, vind ik! Voorlopig niet dus.

In Quetico is er een plekje voor ons, vlakbij het water. We worden er levend opgegeten door een miljoen muggen, maar als het donker wordt steekt de wind wat op en dat helpt. We zitten bij het vuur. Kikkers ploinken, kevers tsjirpen, Jonas slaapt. Langzaam raak ik de spanning en de buikpijn kwijt.

‘Eigenlijk wil ik het ook het liefste zo,’ zegt Tom. ‘Geen plan, geen doel, meebuigen met waar de weg heengaat. We zijn precies waar we wezen moeten.’

We lopen naar het meer. Daar zijn meer sterren in de lucht dan muggen.


Tom blogt 2

Tom blogt 2

Learning curve

Our excellent RV-adventure continues to reveal all that we don’t know about RV-living. Our brand new Hercules tires had a quick one-in-four failure rate. Presently we are 200 kilometers West of Thunder Bay, where our succor is coming from. After getting underway, in good spirits and good order, we are now waiting roadside assistance.

The weather is sunny, hot and humid, but at least our new air conditioner is working. The downside is a four hours-wait before we are mobile again, the upside is: no one has required helicopter evacuation, like we witnessed on our trip here…

The learning curve has been a steep one, which included: sealing an entire RV, ants invasion,  air conditioner removal by a tree limb, backing in a straight line and/or tight places, a rotted out floor, redecoration of the interior, proper hitching protocol, accumulated expense of petrol, camp fees, firewood, lost camera, just to name a few… , the management of Mr. Squirmy (this is a full time job), while setting up and tearing down camp, and allowing Annet time to work. All have cut in to my relaxation time.

We seem to be coping well and are taking our lead from Jonas, who is treating this as just another day in his life with Molly.

Much love to all my Dutch friends and family, Thomas


Tom blogt

1 augustus, 2010

Tom blogt

We are approaching Thunder Bay and feel like we are really on the open road. The scenery has been spectacular, and the weather warm and sunny. Along with campfires at night (we had prime rib last night) there has been a few misadventures: pulling in to park at Rainbow Falls I cut a little too sharply and rode about a meter down buddy’s bumper.. My heart sank when one of the fellows got out of his truck, wearing an OPP-cap (police!). I was very contrite and Jonas and Annet helped me to plead utter idiocy. No harm to buddy’s bumper, but a meter long stripe on our slider, which is like the first stitches at Jerry Cheaver’s mask.

We’re getting the hang of setting up camp, breaking up camp and traveling. Even Jonas is happy to get into his car seat and ‘go go go’.

I feel very grateful to all our dear friends who helped us with the preparation of ‘Molly’ and their support in our long awaited departure. Non showed more forbearance then dear aunt Edith, who breathed an even bigger sigh of relief then we did, when we finally got on our way.. As I dictate this to my wife/secretary and the open road stretches before us, I feel a peace and gratitude in what my life has provided


Voor wie ons echt wil volgen

Voor wie ons echt wil volgen

Het zou zo leuk zijn als er echt een kaartje op de site stond met een rood lijntje dat langzaam van de ene kant van Canada naar de andere kruipt, zei Francine ooit.. Maar ik weet niet hoe ik dat moet maken, heb bovendien geen tijd en heb daarenboven maar telkens ook HELEMAAL geen zin whatsoever om te werken.. Hoe dat verder moet weet ik ook nog niet, maar voorlopig is het even vakantie. Bloggen is wel fijn overigens. Maar hier zijn de gegevens van afgelopen week, zoek zelf maar even op de kaart als je dat wilt.

31 juli Kakbeka Falls Provincial Park (North Bay)

30 juli Rainbow Falls Provoincial Park

28 juli Lake Superior Provincial Park

26 juli Ratter Lake bij miniplaatsje Hagar

25 juli Bonnechere Procincial Park

Dit schrijf ik uit Fort William, een historische attractie in North Bay, op een bankje, want waar wij dachten meereizend internet te hebben doet het het mooi nergens hier.. Ook heeft Tom de eerste kras en deuk op Molly gereden (zie zijn blogje) en ben ik ons fototoestel kwijtgeraakt… au..  geen foto’s dus voorlopig… Veel liefs!!!!


Heerlijke dagen

Heerlijke dagen

We beginnen meer en meer op reis te zijn en te wonen in onderweg. We rijden nog steeds in Ontario, we maken geen hele lange reisdagen. Er moet steeds teveel onderweg: boodschappen doen, internet opzoeken, proberen te bellen en alle dingen verzamelen die we ook nog nodig blijken te hebben op reis maar waar we nu pas achter komen: meer touw, een andere electrische adaptor want deze doet het niet, een nieuwe mat omdat de oude uit de auto is gewaaid…

Veel, veel van de dag gaat op aan practische zaken: aankomen en alles uitpakken en settelen, weggaan en alles weer reisklaar maken. Onderhoud, routes plannen, sta-plekken regelen, waar kunnen de boodschappen, wanneer kan de was. Maar alles in de zon, alles onder dennebomen en met meren en rivieren voor de deur.

We rijden nu al een dag of vier rond Lake Superior, een meer dat net zo groot is als Nederland, met een branding en stranden, en veel te koud om in te zwemmen. Maar er zijn kleine meertjes zat om in te duiken, vaak ook met strandjes met zand en zand is Jonas’ lievelingsspeelgoed..

Jonas moet nog wel wennen aan het gereis, het duurde hem de eerste dagen allemaal veel te lang, achterin zitten en verder niks, en mama wist niet met hoeveel leuke surprises ze nog meer moest aankomen om het nog even te rekken. Koekjes, snoepjes, flesjes, boekjes.. Gelukkig had cousin Lee twee plastic monsterdingen voor hem gekocht waar 64 verschillende geluidjes, liedjes en piepjes uit kwamen, die we eigenlijk weg wilden gooien, maar nu werkten ze, een beetje, een tijdje.

We zien veel onderweg, rijden van het ene Provincial Park naar het andere. Er zijn er meer dan honderd in Ontario, op de mooiste plekken. De dorpjes en stadjes hier in het Noorden zijn niet echt bloeiend, veel indianenreservaat, veel uitgewoonde verlaten plekken, armoedige huisjes, verlaten bedrijven en nergens telefoonbereik of internet, behalve in een bibliotheek die een dag per week open is (niet vandaag). Twee van de drie auto’s zijn pickups, vol met hout of oud roest, soms met indianen, nee, Native Americans aan het stuur, groezelig, donker kijkend, half tandenloos.  Pijnlijk om te zien.

De weg is vol RV’s net als de onze, vaak nog veel grotere, want dit is het RV-seizoen. Canadezen zijn goed in vakantie, extra auto mee, motorboot mee, mountainbikes achterop, kano’s op het dak, zo middenin de natuur als maar mogelijk, met zo veel mogelijk comfort. Net als wij. RV-ing is a way of life, we hebben al wat doorgewinterde vakantierijders bij de auto gehad met tips en tricks en Let me tell you how I learned to do that.. en erg welkome hulp soms ook, bij het inparkeren of bij het voor het eerst poep lozen..

We hebben onze eerste domme dingen en ongelukjes gehad, van kapotgetrokken laatjes en gebroken glazen en borden (want niet goed opgeborgen) tot de laptop die ik op de motorkap had laten staan en het pas ontdekte toen we al 5 minuten aan het rijden waren…

Maar we zakken, we smelten aan elkaar, we kabbelen en druppelen door de dagen, we kijken onze ogen uit en we hebben het zo fijn met ons drieën. Molly is comfortabel en gezellig, met kaarsjes en, als er elektriciteit is, ook muziek. Op elke kampeerplek is een picknicktafel en een vuurplaats, dus onze keuken is groot en gezellig. Ik snij de uien, Tom barbecuet de chickenwings en Jonas maakt zich ongelooflijk vies met zand en gras en houtskool, maar dat geeft niks want hij gaat lekker in bad en lekker naar bed en Tom en ik zitten nog heel lang bij het vuur.

Heerlijke dagen.