Een saai langzaam rotavontuur

25 juni, 2010

Een saai langzaam rotavontuur

Ik word wakker uit een droom met haast. Weet niet meer helemaal waar het over ging, maar ik was bezig bezig om dingen te regelen en naar mijn hand te zetten. Up tempo. In control. Go go go.

Maar de kamer is vochtig en warm en Tom wordt wakker en Jonas wordt wakker en niks gaat snel. Schone luier, koffie, eten voor ons, eten voor Jonas. Flesje voor Jonas. Weer een luier want Jonas poept het liefst in een schone. Nog meer koffie. Ga ik eerst wat werken of gaan we dan voor het slaapje dat kastje ophalen? Gaan, als het lukt. Als we opschieten, en dan kan ik daarna weer aan het werk. Go go go.

Go go go! roept Jonas, want dat is een van de drie dingen die hij al kan zeggen.

Niks go go go. Sokken zoeken. Schoenen zoeken. Jonas van de trap plukken. Naar beneden. Goeiemorgen aunt Edith. Luisteren naar haar verhalen. Kijken naar de vogels die ze aanwijst.  Ondertussen: wat moet mee? Pak jij dit dan pak ik dat. Waar is dit? Waar is dat? Zal ik even een was draaien? Hebben we daar tijd voor? Doe maar even snel. Nog een schone luier. Nog een flesje. Even iets opzoeken op internet. Even poepen. Nog een kopje koffie. Tas inpakken. John aan de telefoon. Hi, John. Jonas gaapt.

Okee okee dan NIET zeg ik boos.  Eerst naar bed brengen dan maar en dan werken en DAN PAS gaan..

En het vliegt me aan. John is bezig de RV te vertimmeren. Vorige week zijn we wezen kijken en het wordt heel mooi. Een echt huisje, met een werktafel voor mij en bedden en een boekenkastje. Erg mooi gemaakt. Hij neemt er echt de tijd voor.

‘Wat zei John, duurt het nog een WEEK?’ zeg ik. ‘En dán nog schilderen? En dán nog inrichten..? Het duurt me allemaal te lang Tom! Ik had al weg willen zijn, we hadden alláng op avontuur moeten zijn! Op reis door zon en regen langs de Wijde Wereld Wegen. En in plaats daarvan zitten we nog STEEDS HIER bij tante. En ze is lief maar ze is OOK 90 en het is HAAR huis en niet ons huis. Ik wil ons eigen huis. En ik wil dat ons avontuur begint, wat is dit voor een saai rotavontuur?’

Het spijt Tom allemaal ook heel erg. ‘But what can we do but go with the flow?’

We nemen nog een koffie en kijken naar de Mississippi. Die gaat me ook veel te langzaam.

‘Jij bent daar ook veel beter in,’ zeg ik. ‘Waarom ben ik ook altijd zo ontevreden.. Ik zou veel evenwichtiger moeten zijn…’ MAAR IK BEN WEL ONTEVREDEN! En ik voel me haastig en we moeten zoveel doen en we komen helemaal nergens toe. We moeten kastjes kopen en borden en glazen en…

‘Ga de tassen inpakken,’ zegt Tom. ‘En zodra Jonas wakker is gaan we meteen.’

Maar als Jonas wakker is en sokken en schoenen aan heeft en een ei heeft gegeten en een koekje en een flesje heeft gedronken en kiekeboe met tante heeft gespeeld en ik de tassen pak en zeg: ‘Nu gaan we dan ECHT!’ verstap ik me van het betonnen stoepje en ga dwars door mijn enkel. Auwauwau.

Niet kapot, wel verstuikt en pijnlijk. En omhoog ermee en ijs erop. En voorlopig maar even rustig aan..

Misschien wil het universum me wel iets vertellen. Niet zo subtiel, wel duidelijk..


Formaliteit

18 juni, 2010

Formaliteit

We wonen nog steeds in de stad. Met koffieshops dichtbij, en tekenmaterialenwinkels. Met de kans om nog even naar de kapper te gaan, of om bij een heleboel vrienden op bezoek te gaan.  Met een BABYSIT: een meisje van 19 dat hier de hele week op Jonas past. Molly heet ze en we willen haar het liefst mee op reis nemen. Erg lief met Jonas is ze en het is heerlijk om onze handen weer eens vrij te hebben. Om samen even een broodje smoked meat te gaan eten vlakbij het stadhuis. En o, nu we hier toch zijn kunnen we even te informeren hoe het hier gaat als we nog willen trouwen…

In Utrecht waren we ook ooit zo het stadhuis binnen gelopen. ‘Wij willen trouwen!’ In de veronderstelling dat er gelukwensen en geglimlach zou volgen.  Maar in plaats daarvan was er gefrons en geschud met het hoofd. Er moesten veel meer papieren komen om met een Canadees te trouwen en die moesten dubbel gestempeld worden en daarna naar Toronto gezonden en naar  de Nederlandse ambassade in Ottawa… En dan moest er  en aanvraag ingediend en een commissie aan het werk… En dán konden we in pas ondertrouw en dán…

Wij hoefden al niet meer.  We hebben ons eigen ritueel gevierd. Dat was fantastisch. Daar waren jullie bij.

Maar hier in het ruimdenkende Ottawa zijn ze minder wantrouwig naar buitenlandse indringers. Kennelijk, want toen we gisteren vroegen wat we moesten doen om te kunnen  trouwen werd er geglimlacht en gelukgewenst en na het invullen van een formuliertje konden we eigenlijk meteen al. Als we even twee getuigen van de straat zouden plukken, dan was het maar rond voor we echt op reis zouden gaan.

Maar we wilden toch liever Jonas eerst ophalen en onze eigen getuigen vragen,  Dus het werd ietsje later: morgenochtend dan maar, om 9 uur.

Tom zei: ‘Het stelt niets voor, het is een formaliteit. Ik ben al met je getrouwd, dit voegt er niks aan toe.’ Maar ik heb er toch wel veel aan gedacht in de nacht. En werd wakker met I’m getting married in the morning in mijn hoofd. Ding dong the bells are gonna chime.. Dit is wél echt, officieel, dit maakt onze persoonlijke liefde werelds en waar. Voortaan op alle papieren zal ik invullen: status: getrouwd. Net als mijn ouders, mijn grootouders…

Het is een formaliteit misschien, maar voor mij heeft het wel waarde.

Molly en Jonas gingen mee, Dan kwam en zelfs Lynn, die nooit voor elven haar bed uit komt. Met ons allen in een auto, Lynn op mijn schoot en Molly ongemakkelijk tegen Dan aan. Ik met haastig uit de tuin geplukte bloemen. Tien voor negen in het drukke verkeer. In de verkeerde baan in de parkeergarage. In de verkeerde lift. Hollen door de gangen, we zijn vast te laat! Maar ze stond er nog: Nicole, de grote vrouw in het grote paarse gewaad, onze ambtenaar van de Burgelijke Stand. Of hoe dat hier ook heet. We waren wat giebelig en ik dacht: dit wordt allemaal een beetje raar en belachelijk…  Ding dong the bells are gonna chime..

Maar zodra we in het trouwkamertje waren (acht stoelen, een tafel en een Canadese vlag), werd de sfeer opeens anders: warmhartig, serieuzer en erg liefdevol. Er was een eed die we moesten nazeggen. (die ik niet helemaal verstond dus wat ik nou precies gezworen heb..? ) en er was tijd om elkaar echt aan te kijken en opnieuw te voelen: Ja, dit is de man met wie ik wil trouwen.

Het was ernstig en grappig tegelijk en Jonas banjerde overal tussendoor. We moesten de akte tekenen en ik zag de namen van mijn vader en mijn moeder. Helemaal hier in Ontario, ze waren er toch bij.  Er volgden wat ingewikkelde instructies over hoe nou het echte Marriage Certificate aan te vragen, want een beetje burocratie hebben ze hier ook wel, toch. En toen waren we het, formeel getrouwd.

‘It was really special,’ zei Nicole. ‘I can really see the love in your eyes.’

Ach misschien zegt ze dat wel tegen iedereen, mompelt mijn altijd-gekwetste ego.

Misschien wel. Maar misschien is iedereen ook wel heel speciaal, zegt mijn betere zelf.

‘And now you are a mrs,’ zei ze.

Een mrs!

Wachten in de gang. Nee, de kapper kwam pas ’s middags..



Gedoe

8 juni, 2010

Gedoe

Er is veel gedoe de laatste dagen. Veel inpakken, voorlopig verhuizen in voorlopige auto’s, spullen verspreiden en weer bij elkaar zoeken. Gedoe.

Veel mannengedoe, mannen die om de auto heen staan, of om onze RV, met hoofden knikken of met hoofden schudden. Er moet een trekhaak gemaakt en de trekhaak is niet goed. Ik zeg trekhaak maar het is een hele hijskraan, die in de achterbak van onze nieuwe auto moet komen. Dagen werk was het en toen was hij dus niet goed. En Tom krijgt uitleg over knoppen en snoeren en buizen. Rioleringsslangen in de RV. Een generator. Een verplaatste watertank. En is het allemaal wel goed geïsoleerd? En zit er echt geen lek?

Er zat wel een lek. Merkten Tom en John toen ze het tapijt er uit haalden. De halve vloer was weggerot. Opspattend water van het wiel. Maar toen hadden we al betaald voor onze RV. Advocaat, telefoontjes, boze brieven met foto van rotte vloer. Timmerman. Meer geplan, meer gestaar en meer hoofdgeknik en -geschud. Gedoe dus. En mama past op Jonas want anders kan het allemaal niet.

Het is wel wennen, die rol. Ik doe mee, maar ik doe niet echt mee. Het is al niet mijn wereld natuurlijk, de auto’s en de techniek… Nog steeds geen rijbewijs, en weinig interesse in het halen ervan. Ik ben allang blij dat Tom het doet. Maar nu kan ik niet eens meedoen als ik zou willen en ook knikken en schudden of domme vragen stellen, want ik moet achter een klein jongetje aanlopen. Ik ben de moeder, ik ben de vrouw.

Dat heb ik nooit zo gevoeld thuis, want ik was in Nederland altijd de werker, de kostwinner en Tom paste op. Dat ben ik nog steeds natuurlijk, maar deze dagen schiet het werk er behoorlijk bij in. Dat moet maar even, first things first en het first thing is toch altijd Jonas.

En vandaag is Jonas ziek . We zijn sinds gisteren in Ottawa, in het huis van Nancy, een statige oude dame en Feldenkreistherapeute, die twee weken in Engeland is. Wij passen op haar kat en haar huis. Vanochtend speelde Jonas nog in de keuken en at yoghurt en kersen en kattenvoer. En toen opeens werd hij moe en koortsig.  Arme Jonas, hij is eigenlijk nog nooit ziek geweest. Hij voelt zich belabberd en wil niks… alleen op mama, bij mama, in mama zijn. En mama wil ook niks anders dan bij hem zijn. Tom heeft RV-rijles en ik blijf thuis bij het warme jongetje. Hij slaapt nu en ik kan dit even schrijven.

Geen zorgen, we zitten middenin de stad. Als er iets is zijn we zo bij een dokter. Er wonen veel vrienden in de buurt. Geen zorgen, mama waakt…

Ik hou jullie op de hoogte.


Meer meer

2 juni, 2010

Meer meer

Het is ochtend en ik ben weer verschrikkelijk gestoken. Gebeten moet ik zeggen. Drie nieuwe bulten op ieder arm en losse op voeten en benen. Het jeukt het jeukt! Ik ben meteen chagrijnig.

‘Don’t scratch!’ zegt Tom. Dat helpt niet echt, want dat weet ik ook wel.

‘Ik krab niet,’ zegt ik. ‘En waarom moeten we eigenlijk vandaag weg, naar Ottawa, had je dat niet anders kunnen afspreken. We hebben nog maar zo kort hier. En er is ook al bezoek… Er is altijd bezoek, ik wil geen bezoek, wil alleen maar met jou en Jonas. En ik wil niet naar Ottawa, maar ik wil ook niet alleen hier blijven…’

Ik krab aan al mijn muggenbulten tegelijk, die nog erger beginnen te jeuken.

‘Don’t scratch!’ zegt Tom. En hij gaat even kijken of het bezoek al wakker is.

Het bezoek, Dan en Claire, is wakker, en het wil wel ontbijt maken en ook wel op Jonas passen. Wij kunnen wel even weg, samen.

‘Maar we moeten dingen inpakken,’ mopper ik. ‘En ik moet drie wassen doen en trouwens ook nog werken wanneer moet dat dan?’

‘Tijd zat,’ zegt iedereen. Tijd zat om even te zwemmen..

Dat doen we dus maar. De ochtendzon schijnt en we hoeven op niemand te letten dan onszelf. ‘Ik ga gewoon bloot hoor’,’ zeg ik. ‘Die stomme conservatieve Canadezen moeten daar maar even tegen kunnen. Trouwens wie ziet ons nou?’

‘Zullen we ons spel doen?’ vraagt Tom. ‘Dat ik je er in duw?’

‘Don’t!’ zeg ik, en voor hij me kan vastpakken spring ik al…

Zo groen zo koud zo heerlijk..Tom springt ook en we zwemmen zwijgend. Boven blaast de wind golfjes en er vliegen twee grote reigers over. Onder me is een hele wereld van water en vissen en wier. Het meer is erg diep, bijna honderd meter in het midden. Niks jeukt meer, en ik hoef niks meer en wil alles wel. We giebelen en duwen elkaar een beetje onder. Maar niet te lang want het is nog erg koud en van het terras schreeuwt Dan iets over eieren. We klimmen op de kant. Tom mag me er nog een keer in duwen. Ik hem ook, maar dat lukt toch nooit.

Dan drogen we ons af en begint de dag.