Snapshots

28 mei, 2010

Snapshots

Ik wil de hele tijd zoveel schrijven. Want het hart is vol. Maar het leven ook, elke dag gaat zo snel voorbij met werk en geregel en Jonas en ploef, alweer avond. Maar er gebeuren zoveel kleine dingen de hele tijd. Daarom: snapshots van Canadese ervaringen. Hier komen ze:

‘s Ochtends boos wakker worden van het geduw in mijn rug, me omdraaien en recht in de  brede viertandse glimlach van Jonas kijken. Boosheid weg.

Tom en ik kijken Buffy in bed en Jonas met alleen een luier loopt af en aan om stukjes brood en banaan.

Een arm met 23 muggenbulten erop, rood, jeukend. Mijn arm, muggen houden van Nederlands bloed..

Libellen houden van muggen, Een zwerm muggen op het balkon wordt een all-you-can-eat-buffet voor vier libellen.

We vinden steeds stukgeknaagde spenen van Jonas. Zijn z’n tanden al zo sterk? Nee, het is het werk van Vincent, het brutale eekhoorntje dat telkens binnenkomt..

Een bewegend koffiebekertje op de weg blijkt een schildpadje. Ik help hem oversteken, hou auto’s tegen enzo. Plekje in de hemel verdiend.

Een drilboor in de verte. Wie drilt er hier midden in het bos? Het is ook geen drilboor, het is een specht.

Het is heel warm en we springen van het steigertje af in het meer. Jonas vindt het te koud, wil alleen een beetje gedoopt worden. Hij dribbelt met zwemvest aan langs de waterkant en valt steeds net niet.

Met Jonas in de kano op de Gatineau rivier. Zo glad en rustig en alles gaat goed, als hij maar niet ook mee wil peddelen.

Ik loop in het warme bos en ik weet niet zeker of ik wel van dit land, van deze natuur hou. Ik lig in het koele water en ik weet zeker dat ik het wel doe.

Een warm klein winkeltje waar je ijsjes kunt eten. Iedereen zweet en snakt naar onweer. Jonas wil per se per se per se alle chocoladerepen uit hun dozen halen en op de grond gooien. Wordt woedend als dat niet mag.

Met Tom samen op het terras naar de zwiepende bliksemstralen kijken. De donder is nog ver weg. Als de bui losbarst rennen we snel naar binnen.

Eten met vrienden en iedereen brengt hele hele grote steaks mee voor op de barbecue. En kreeften ook… Brr niet mijn ding.

Met ons nieuwe witte pickupje rijden we naar daar waar weer internet is. Hobbelend lees ik al mijn mail tegelijk. Mijn hoofd ontploft van de dingen die binnenkomen en die moeten en die iets van me vragen. Ademhalen maar weer en niet proberen alles tegelijk binnen te laten.

En nu, nu zit ik hier in het kleine rommelkamertje waar ik werk, uitkijkend op de auto en het bos. Hier probeer ik me voor de geest te halen hoe het ook alweer was om zwanger te zijn. Dat lukt soms- en is ook wel heel ver weg. Het voelt wel raar. Al die werelden, thuis en hier. Ik ruik gebakken eieren, Tom maakt ontbijt. Honger!


Meer

20 mei, 2010

Meer

We varen elke dag over het meer waar Tom alle zomers van zijn jeugd heeft doorgebracht. We kijken er over uit, we zien er de zon in zakken. Het huis kwam met een motorboot. Elke dag koffie mee en Jonas in een zwemvestje. Bossen langs de oevers waar we herten zien en roofvogels. Een keer een echt enorme specht, (halve meter) zomaar dichtbij.  En overal cottages, net als deze. In het bos, op rotsen, op eilandjes. Canadezen gaan niet op vakantie, ze zijn de zomer in hun huisje aan hun meer. Elk jaar, elke vakantie Van leuke gammele houten huisjes tot villa’s met botenhuizen en bijgebouwen. Je moet wel rijk zijn voor zo’n plek aan het meer.

Tom’s familie was heel rijk,, of in ieder geval behoorlijk welvarend vroeger.  Net als al hun vrienden. Daar woonde Ian, wijst Tom, daar Paul en z’n broers en daar mrs Taggart.  Daar ben ik tegen een steen aan gewaterskied. Daar hadden we vuren en feesten en dat was de beste rots om vanaf te duiken. Overal liggen herinneringen aan een jongensparadijs, zelfs onder water want daar heeft hij veel gedoken.

De vrienden wonen er allemaal nog. Ze zijn er alleen niet, ze zijn thuis, geld aan het verdienen. Hun bedrijven bloeien, in auto’s, in huizen, in bouwmaterialen. Paul en zijn broers bezitten een heel eiland vol huizen en hebben ook ooit Tom’s familiecottage van hem gekocht toen het bedrijf failliet ging. We komen er soms langs. Prachtig huis. Niemand thuis.

Wij zijn er wel, we hebben het meer  bijna voor ons zelf alleen.  Overdag scheuren we stukjes met de boot (ik mag soms ook sturen!) En ‘s avonds zijn we op het terras met de muggen en de loons. De loons brengen hun vreemde serenade die de hele nacht duurt en de muggen steken ons. Vooral arme Jonas, die toch al zoveel valt en zich overal aan stoot.. Maar hij lijkt zich er niet zoveel van aan te trekken.

Als de zomer aanbreekt zal het hier anders zijn, voller, drukker, vol boten en zwemmers en barbecues. Maar dan zijn wij al wie weet waar. Het is fijn zo hier in mei. We hebben geluk We spelen cribbage, een kaartspel dat hij vroeger met zijn vader speelde. Aan hetzelfde tafeltje. Ik verlies telkens, maar het is ook een ingewikkeld rotspel.

Ik merk een vrolijk soort heimwee bij Tom nu we hier zijn, Zoveel gebeurd, zo lang geleden  en het leven is zo heel anders gelopen dan hij vroeger had gedacht. Maar hij zou nergens anders willen zijn zegt hij. This is the best time of my life.

En ik ben ook blij. Als hij nog een rijke meubelman was had ik hier vast niet met hem gezeten. Hoewel ik het volgende potje wel graag een keer wil winnen.


Klein blogje, sorry

18 mei, 2010

Klein blogje, sorry

Zo zwiepten de dagen voorbij hier aan het meer, met zon en gasten, met barbecues en moterboottochtjes naar nu, waar het erg druk en vol grote beslissingen is. Over werk en RV’s, over geld en auto’s en Jonas’ nieuwe slaapritme. Handen vol en hoofd vol… Hart een beetje bang of we wel het goede doen allemaal.

‘Maar dat kunnen we nog niet weten!’ zeggen we telkens tegen elkaar. Ook al jagen de gedachten: heb je hier aan gedacht, heb je dit al gerealiseerd? Is dit wel slim, is dat wel verstandig? Ja ja nee nee en jaha pap.

Maar verder doen we maar wat we eigenlijk altijd moeten doen: ademen in het niet weten.

Niet of we de goeie auto kopen, niet of ik mijn boek kan maken zo tussen alles door en niet of Jonas ooit weer normaal slaapt.

We zien wel we zien het wel, adem in adem uit.

Met veel liefs voor heel Nederland.


Sterren

11 mei, 2010

Sterren

Tom zei: ‘Kom mee naar de sterren kijken, buiten.’

‘Ja maar ik ben op mijn sokken, ja maar het is koud, ja maar ik moet iets aan!’

‘Nee niet hier op het terras, daar is het nog te licht, kom.’

‘Ik ga vast vallen, ik zie hier niks!’

‘Dat is juist de bedoeling.’

‘Ja maar als Jonas huilt…’

‘Dan horen we hem daar ook wel. Kom.’

‘Helemaal naar het steigertje?’

‘Helemaal naar het steigertje.’

‘Ooh het is wel romantisch. Maar ik ben op sokken, ik kan wel op van alles trappen, ik kan wel in het water vallen, ik.. Wauw.’

Een enorme hemel. Veel groter dan thuis. Zoveel sterren. Zo helder dat ze zich spiegelen in het meer. Geen maan. Wat ik denk dat een vuurtoren is, of misschien een lichtmast, is Venus, vlak boven de horizon. De Grote en de Kleine Beer, Cassiopeia, de Noordster. En een miljoen meer. Uitspansel, Universum, Firmament.

En wij hier beneden. Canada is groot, maar het heelal is nog veel groter.

Erg onder de indruk. Vergeten te zoenen.



Storm

6 mei, 2010

Storm

Het stormt. Grijze donderwolken jagen voorbij. Regen klettert kort en dan wordt de lucht weer schoongeblazen en schijnt de zon op het meer vol schuimkoppen. Erg veel ramen heeft het huis en ze klapperen allemaal. Deuren piepen open. De lampen en de muziek knipperen soms opeens even uit en dan weer aan. Jonas slaapt onrustig. En ik voel het ook. Beetje bang, beetje opgewonden.

We hebben een RV gekocht, een zogenaamd fifth wheel. Een caravan die door een pick up-truckje getrokken moet worden. Eentje die wat ouder en een stuk minder lelijk was dan de meeste andere die we hadden gezien. En heel erg veel goedkoper, zodat er ook geld is om hem van binnen wat te verbouwen. En leuk te schilderen en mooi te maken- maar dat komt pas het laatst zegt Tom. Straks komt John Michie, een vriend en een timmerman om een plan te maken. Dus dus dus… wat we bedacht hadden lijkt ook te gaan gebeuren: We gaan een jaar (nog steeds: of zo) wonen in zo’n ding. En hoe groot zo’n bakbeest ook is, als we dat bedenken is ie opeens ook weer heel erg klein..

We hadden eters gisteravond, Bruce en Amy met hun leuke kinderen. Amy zei in de keuken tegen me: ‘Wonen in een RV? Werken in een RV? Hoe ga je dat in godsnaam doen??’ Ze klonk niet heel erg jaloers.

Misschien komt het daardoor.

Ik kon niet goed in slaap komen vannacht. Zat een paar uur in de grote leunstoel middenin de koude kamer en probeerde met dat voor te stellen: Wonen, koken, eten, werken (werken??), met Jonas zijn, slapen, reizen, lezen, luiers verschonen, spelen, mediteren, chagrijnig zijn, gek van elkaar worden- altijd met ons drieen, altijd in dat ding..

Ja maar dat wou je toch?

Jaha.

Ja maar dat was toch leuk avontuurlijk?

Weet ik wel…

En dat kan toch allemaal gemakkelijk want wij zijn van die hele makkelijke mensen, toch?

Mmm…

Ik voel opeens alle plekken in mezelf die helemaal niet gemakkelijk zijn, die HEEL VEEL nodig hebben en HEEL VEEL ruimte willen en  bekendheid en eenzaamheid en NIKS en NIEMAND aan m’n kop.. Want die plekken zijn er ook. En help, hoe moet dat daar dan mee?

Toen viel het licht uit.

Aardedonker is het dan hier. En ik was te koud en te bang om op het terras naar de sterren te kijken. En moeten we nou zonder electriciteit? Geen warmte, geen licht, geen wasmachine, geen KOFFIE? Ik ben Nederlands! Ik kan dit niet! Nu hebben we tenminste nog een huis om ons heen- maar straks.. en wat is daar dan, buiten? Wolven, coyotes, dieren die ons opeten of langs mijn benen strijken.. muggen, brandnetels… Ik wil niet met een Canadees! Ik wil naar huis! Op de tast vond ik de slaapkamer en ons bed. Jonas lag wijduit over mijn plek heen te slapen. Ik rolde hem terug, kroop tegen hem aan, mijn voeten tegen die van Tom.

Het lijkt de ontwikkeling van de afgelopen jaren te zijn in mijn leven, dacht ik daar. Van heel veel ruimte en bekendheid en eenzaamheid naar steeds meer binnenlaten, delen en opgeven: mijn leven hoe ik het kende, mijn alleen zijn, mijn huis. En natuurlijk wil ik dat, wil ik dit, het is gewoon de volgende stap. Dag huis, dag land, dag controle..

En ik wil zijn met deze Canadees en met dit halve Canadeesje.

Maar ook: Brrr!

We zullen zien hoe het gaat. Half dapper en half bang. En voorlopig zitten we hier nog op een goeie plek. Ik heb een eigen kamertje hier. Ik werk, ga weer aan het zwangerschapsboek beginnen. Ook een avontuur, maar weer heel anders.

En het licht doet het weer helemaal.


Cottage

4 mei, 2010

Cottage

Nu zijn we dus hier. Hier aan het Rideau Meer, in een cottage. Het is een lage houten bungalow volgestouwd met comfortabele stoelen, houten tafels, quilts en alle tweedehands troep die je maar kunt verzinnen. Houten eendjes, tinnen borden, olielampen, bierpullen, delfts blauwe huisjes (werden mij nog speciaal aangewezen zodat ik me wel thuis zou voelen) manden, schalen, vazen, sierborden, oud plastic en vele peper- en zoutstellen. Ik denk dat David en Mary thuis in Ottawa een erg leeg huis hebben, al hun zooi staat hier. David is Tom’s neef  en hij en zijn vrouw zijn hartelijke zachtaardige mensen, bij wie ik me meteen op m’n gemak voelde. Ook in dit huis voel ik me thuis, ik heb niet zo’n last van de rommel. Het doet me wat denken aan het huis van mijn opa en oma vroeger, in Heino.  Comfortabel, makkelijk.

‘How wonderful you have such a nice shabby place,’ zei ik tegen Mary toen ze me rondleidde. Ik weet niet of ze het als compliment opvatte. Maar we mogen alles doen hier, overal aankomen en alles opeten.En het is een heerlijk huis voor Jonas, geen trappen, geen hekken en heel veel om mee te spelen.

Aan de achterkant liggen bossen en moerasachtig land. Bevers, slangen, ratten, kikkers, muggen muggen muggen en de zogenaamde blackflies waar ik het genoegen nog niet mee heb gehad, maar waar Tom van alles over heeft verteld: hoe ze hele bloederige happen uit je nemen die wel twee weken pijn blijven doen. Ik spuit elke dag erg veel muggenspray op mezelf en Jonas. Tot nu toe zijn we gespaard gebleven.

Voor het huis kijkt een groot houten terras over het meer, waar overdag de zon glinsterend op schijnt en wind golven maakt. Tegen de avond rijst de mist op en beginnen de loons te roepen, een klaaglijk spookfilm-geluid. We hebben er al een keer met een roeibootje op gevaren. Wat minder eng is dan in een kano met Jonas. Maar wiebelig genoeg.

Tom is erg in zijn element. Hij haalt hout en maakt vuren, krabt de boot schoon en de barbecue en bakt grote biefstukken. Hij neemt ons mee dwars door de bossen en wijst aan en vertelt. Hij is als eerste op en als laatste nog wakker (heel anders dan in Nederland). Voerde gisternacht nog een bloedstollend gevecht tegen tientallen Hele Grote Mieren op het aanrecht. Want die zijn hier ook.

Wat hier niet zo erg is, is internet. Te ver van alles af, het lampje op de Mobile Internet Key wordt bijna niet blauw. Ik kan met moeite mijn email ophalen, met nog meer moeite soms iets terugschrijven. We zitten ver, ver van de beschaving.

En soms voel ik me erg Nederlands..


Inpakken

Inpakken

Zijn dit de kleren die mee moeten?

Nee dat is de stapel die hier blijft.

Nee jonas, niet aan zitten!

Kijk nou, alles op de grond..

Ik doe het wel.

Nee laat mij maar.

Nee Jonas ga hier maar mee spelen.

Ga hier maar mee spelen, nee hiermee.

Dus dit kan in de koffer.

Nee dat blijft juist hier zeg ik.

En wat is dan de stapel die mee gaat?

Hier blijven Jonas!

Deze.  Hier blijven engeltjebengeltje.

Gaat dit allemaal mee?

Is het te veel? Misschien wordt het wel heel warm. Of heel koud.

Layers layers.

Ja daarom. En dit is jouw stapel.

Nee Jonas!

Nee Jonas!

Het is ook geen doen zo.

Ik ga zo wel met hem naar beneden.

Ja, of ik.

Hij moet ook zo naar bed.

Arm liefje, jij mag ook niks he..

Dus dit gaat in de koffer?

Ja en dit en dit. En deze stapel is..

Als ik nou vast naar beneden ga..

En als jij nou straks eerst..

Ja we moeten opschieten ook!

Hier ik neem deze vast mee naar beneden.

Ik moet mijn tekenspullen ook nog allemaal..

Waar is Jonas?

Daar is ie.

Nee jonas, niet aan de telefoon likken!

Nee Jonas, niet naar aunt Edith’s kamer!

Het is ook geen doen zo..

Ik neem ‘m zo wel mee naar beneden..

Ja als jij dan ook deze koffer vast mee neemt.

Ik haal nu het traphekje weg pas op hoor!

Nee engeltje, niet bij de trap.

Nee jonas, even niet daar!

Het kan nooit allemaal in de auto.

Ja en deze is er ook nog en beneden staat nog.

Kun je die allemaal tegelijk dragen?

Ja het gaat wel als jij die even aangeeft en ik..

Ja en dan..

En zo..

Ja geef maar hier..

En dan doe ik vast..

BOEM!!!

Daar lag Jonas onderaan de trap.

WAAAAAH!

Gelukkig maar een kort trapje en gelukkig met zacht tapijt er op.

Een beetje blauw en erg geschrokken.

Wij ook.

Ontaarde ouders…